Een haas zekert in het veld (zie foto) en een leidinggevende zekert op het werk.

Een haas “zekert” door voortdurend alert te zijn. Hij beweegt, maar nooit achteloos. Zijn oren draaien onafhankelijk, hij pauzeert regelmatig, scant de omgeving, en kiest bewust wanneer hij stil blijft staan of juist wegschiet. Dat zekeren is geen angstig gedrag — het is slim overleven: risico’s inschatten terwijl hij toch vooruit blijft gaan.
Vergelijk dat met een leidinggevende:
Een leidinggevende die “zekert” op het werk doet in de kern hetzelfde. Die beweegt ook vooruit, maar niet blind. Hij of zij:
- Houdt continu voeling met wat er speelt (team, organisatie, onderstroom).
- Checkt signalen voordat er actie wordt genomen.
- Neemt af en toe bewust afstand om overzicht te houden.
- Reageert snel als er iets dreigt, maar blijft rustig als het veilig is.
Belangrijk is natuurlijk om de balans hierin te vinden.
Een haas die té veel zekert, komt nauwelijks nog vooruit —alles is potentieel gevaar. Een leidinggevende die té veel zekert, verzandt in controle, micromanagement en twijfel.
Een haas die te weinig zekert, wordt een makkelijke prooi. Een leidinggevende die dit doet, mist signalen, ziet risico’s over het hoofd en wordt verrast door problemen.
Het gaat dus om “bewegend zekeren” en hierdoor vooruitgang combineren met waarneming.
Vertaal je dit naar leiderschap, dan betekent het:
- Durven handelen zonder alles zeker te weten.
- En wel regelmatig stoppen om te kijken: klopt mijn richting nog?
- Vertrouwen hebben in je team, zonder blind te zijn.
Vraag om eens over na te denken: Op welke momenten “zeker” jij nu te veel — en waar misschien juist te weinig?

Geef een reactie